Uit het oeuvre van Willem Behr spreekt een opvatting die zich niet beperkt tot het visuele waarnemen. De beleving van de natuur met alle zintuigen staat dan ook centraal in zijn schilderwerk. Hierin sluit hij aan bij de eeuwenoude denkbeelden.

 

Reeds in de achttiende eeuw merkte de Ierse filosoof George Berkeley op dat de zichtbare wereld een andere is dan de tastbare. Door ervaring combineer je de zintuiglijke indrukken zó tot een eenheid dat je er niet meer bij stilstaat dat het waarnemen een gecompliceerde bezigheid is. In de drijfveer naar het artistieke bewustzijn schreef de Duitse jurist en kunstcriticus Konrad Fiedler in 1866 in zijn "Schriften zur Kunst" dat, in tegenstelling tot de Platoonse traditie, het kunstwerk geen onvolkomen verschijning van het absolute Zijn is, maar dat kunst zich ontwikkelt in en door het handelen van de kunstenaar tot een zelfstandig Zijn. De paradox zichtbaarheidconcept versus uitdrukkingsconcept tussen kunstwerk en natuur werd hierdoor nog aangescherpt. Kunst begint pas daar waar de aanschouwing ophoudt, schreef Fiedler. Niet de werkelijkheid van de dingen is het duurzame, alleen de vorm die de werkelijkheid door ons toedoen verkrijgt. Ook Paul Klee, één der grootste persoonlijkheden van de 20ste-eeuwse kunst, maakte met zijn tekening "Sichtbar machen" in 1926 de wereld duidelijk dat kunst de natuur niet moet weergeven, maar haar zichtbaar moet maken. Dit kan best gebeuren door haar te benaderen als bondgenoot, niet als opposant, en zo haar oneindige beweeglijkheid na te volgen. In zijn "Phénoménologie de la Perception"(1945) beschreef de franse filosoof Maurice Merleau-Ponty ook de rol van het lichaam: de kijker staat niet stil, hij beweegt zich als lichaam in de wereld en heeft een actieve dialoog met de dingen om zich heen.

In tegenstelling tot eigentijdse kunstvormen als het environment, de performance en land art waarin de kunstenaar zo'n belevingswereld letterlijk in scène zet, kiest Willem Behr bewust voor weergave van zijn ervaringen op het platte vlak in vorm en kleur.

Op basis van intuïtie zich onvoorwaardelijk overgeven aan de verleidingsprocessen van kleur en gebaar, is zowat de synthese van zijn artistieke credo. Manoeuvres met de verf als materie en inhoudelijke escapades leiden echter nooit tot uitspattingen die niet overeenkomen met zijn artistieke integriteit. Je pense, donc je suis van René Descartes wordt door Willem Behr plastisch omgebogen tot een innerlijke werkelijkheid die zich beweegt in het niemandsland tussen zien en denken, tussen weten en handelen. Zijn schilderwerk balanceert onophoudelijk op het scherp tussen beeld en gedachte, tussen figuratie en een onontcijferbare droom, tussen de onberekenbaarheid van een nooit te voorziene opwelling en de gehoorzaamheid aan een niet te ontwijken drang. Dat innerlijke landschap kleurt hij in met persoonlijke ervaringen, waarnemingen en gewaarwordingen vanuit een diepmenselijke behoefte aan eerlijkheid en oorspronkelijkheid. De authenticiteit van Behrs schilderijen en tekeningen hangt dan ook nauw samen met zijn volledige overgave aan explosieve expressiedrang en artistieke vitaliteit. Willem Behr wroet niet in die innerlijke werkelijkheid, maar laat zich overmeesteren door instincten, meedrijven door driften, leiden door spontane, positieve energie en logische vanzelfsprekendheid. Zo zit hij eenmaal in elkaar. Hij heeft geen noemenswaardige aansporing nodig om tot resultaten te komen. Uit zijn oeuvre spreekt een als vanzelfsprekend organisch scheppingsproces. Vorm, kleur, handschrift, penseelvoering en beweging komen op het beslissende moment op de goede plek terecht in een typische beeldtaal waarin begrippen en verschijnsels als energie, hartstocht, levenslust, hunkering, verlangen, chaos en evenwicht de inhoud dicteren. Maar ook de filosofische gedachte Sein und Zeit, het magnus opus van Martin Heidegger, is onderhuids voelbaar en afleesbaar als spirituele smaakmaker. De gedachte over mens-zijn als Dasein, als in-de-wereld-zijn, als medemens-zijn, sein-zum-Tode, angst en dood, opvattingen over het niets, ... doorkruisen zijn plastische evolutie en onderlijnen de behoefte om de zoekende mens in harmonie te brengen met het leven waar hij tegenover staat, maar ook middenin. Levensdrift en overlevingsdrang.

Wat zijn schilderijen bovendien gemeen hebben, is een sterke ruimtelijkheid. Die ruimte oogt ietwat weemoedig. In feite kan men veeleer gewag maken van een droevige schoonheid. De aantrekkingskracht van die ruimte, van de einder die steeds vlood (J.C.Bloem) is bij Behr altijd sterk voelbaar, imponerend, soms bevreemdend en enigszins beangstigend. Maar die voelbare onderhuidse spleen is echter nooit deprimerend, eerder overweldigend en indringend in de betekenis die de Franse filosoof en dissident surrealist Georges Bataille gaf aan de innerlijke ervaring: de versmelting van het innerlijke en het uiterlijke, van object (de wereld) en het subject (de ik-persoon, in casu de kunstenaar).

Willem Behrs schilderkunst ontsluit dus een aantal kenmerken, een aantal sporen van dit proces, dat het leven zelf is.

Het impulsieve heeft hij gemeen met de schilders van Cobra en de peinture barbarisme van Jan Cremer, een adoratie die tot op vandaag nog steeds intens levendig is. Hij is evenzeer een wildebras met de verfkwast, vol vurigheid en emotie. Laag boven laag schildert hij zeer expressief, waarbij de bovenste verfhuid de onderliggende soms overweldigt, maar gelijkertijd laten die onderste verflagen hun diepe sporen na: de existentiële crisis van een zich bewust wordend individu. Zijn vitale expressionisme wisselt soms af met een meer beheerste lijnvoering die tekens en symbolen verhullen. Zijn werk krijgt nu eens een meer figuratief resultaat, dan weer heeft een brutale uitdrukking van de natuurlijke krachten in een meer geabstraheerde vormtaal de bovenhand. De verf zindert. De doorleefde huid is kenmerkend voor de intensiteit van het schildersproces. Aardse dramatiek versus het licht en de sfeer van lucht- en waterhorizonten. Op zulke momenten leunt zijn schilderswijze zelfs aan bij de informelen die niet de vorm vooropstelden, maar aan de materie en het gebaar in de verf de scheppende kracht toekenden.

Wat Behr in feite doet, is de werkelijkheid op een afstand houden, zodat hij ze naar zijn hand kan zetten. De werkelijkheid van de illusie. De spanning tussen kunst als expressie en kunst als (zelf)bevraging speelt hierin een wezenlijk spel. Ratio en emotie sluiten een verbond. Dat is volgens hem de enige manier om achter haar geheimen te komen en die ook voelbaar te maken. Zijn schilderkunst vraagt om een associatieve benadering, net als muziek. Je voelt het, maar je kan het niet direct onder woorden brengen. Schilderkunst beeldt tenslotte de wereld niet uit, ze maakt een wereld!

Hamme, 2011-09-15
Freddy Huylenbroeck

Contact Details

ATELIER: Boulevard de Wielingen 64 - 4506 JL  Cadzand bad | email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

POSTADRES: Prinsenstraat 38 - 4506 AH  Cadzand dorp | tel: 06 46454548 | email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.