Wat maakt kunst iets dat het waard is om daar filosofische beschouwingen over te houden Immers kunst is niet los te zien van alle gangbare zaken waar wij nooit bijstil staan of in ieder geval geen beschouwing over geven zoals wetenschap,techniek arbeid politiek religie ethiek Toch behoort kunst ook tot dit rijtje

 

Filosofisch denken peilt de aard van de ervaring van de (1) maker en de (2)toeschouwer. Artistiek ,esthetisch. Binnen de kunst filosofische beschouwing (reflectie)zijn er vele richtingen of invalshoeken

De kunstcritici

Onderschat wordt de invloed van het hedendaagse commentaar op kunst zoals in de dag en weekbladen ,kunstcatalogi etc. Door deze verhalen wordt onze eigen kijk beïnvloed. De kunstcriticus , en dat is verwijtbaar , e doch verklaarbaar ,maakt slechts gebruik van losse statements ontleed aan kunstgeschiedenis,sociologie semiotiek ,psychoanalyse ,filosofie en weet ik veeel welke takken der wetenschap. Hij is als het ware aan het zappen door alle wetenschappen heen en plakt steeds een woordje aan de kritiek van /over een kunstwerk. Met deze losse woorden verkracht hij het werk omdat hij niet verder gaat dan dat losse woord en hierdoor de diepgang mist

Een mooie uitspraak

De kunstkritiek heeft geen begrip

Ze heeft een vakjargon dat van dag tot dag verandert

Daarnaast is er natuurlijk de kunstgeschiedenis met zijn experten die ook schrijven en indoctrineren Binnen dit kader kan je nog een grens trekken bij die groep die uit een langverleden schrijven en doen en die de actualiteit beschouwen Vermeld moet worden dat de kunstgeschiedenis zich een bepaalde afstandelijkheid toeeigent hierdoor kan hij perfect aangeven wat de technische aspecten waren en zijn Maar compleet voorbij gaat aan het proces waar de kunst binnen het tijdsbeeld in verzeild is geraakt nl een varende boot ,soms een speedboot en soms een roeiboot maar zeker geen pakjes boter die naast elkaar opgestapeld staan. De geschiedkundige pakt een beeld uit de film en gaat daar mee aan de slag. Daarnaast gaat de geschiedkundige de fout in doordat hij in zijn overwegingen meeneemt de huidige visie over filosofie psychoanalyse antropologie etc terwijl deze in de makers tijd nog in een ander daglicht stonden

Kunst is constant in beweging je kan het daarom niet stilzetten dat is het einde van kunst. En daarmee is hegel ontkracht wel de spiegelende kunst misschien Je kan daarom kunst niet reduceren tot het plaatje wat hegel wel deed. Kunst vraagt omdat het kunst is om reflectie en dat vraagt het ook. Reflectie over de kunst zelf en over de mens die zich tegenover het kunstwerk geplaatst ziet

Het probleem is dus dat er te weinig over kunst gereflecteerd wordt. Er is te weinig ruimte in de kranten etc waardoor het gezap dus ontstaat met kretologieën Kunstfilosofie is dus een geduldige systematische bezinning op het fenomeen kunst die nu al 2 eeuwen aan de gang is .deze bezinning is onvermijdelijk filosofisch omdat niet alleen het onderwerp maar ook een zelfreflectie veroorzaakt nl de mogelijkheid van het begrijpen f

Nu even naast elkaar wat kunstfilosofie onderscheidt van kunstgeschiedenis

Kunstgeschiedenis

als wetenschap info over het werk als materiaal iets ( materiaal, procédé stilistisch kunsthistorisch iconografisch etc etc. Het zegt niets over wat het kunstwerk bij de beschouwer op roept. Kunstgeschiedenis verklaart alles behalve wat het oproept en wat het tot een kunstwerk maakt Krom is dat zij wel pretendeert te weten wat impliciet iets kunst maakt. Dat kan alleen als je een afweging maakt maar zij heeft geen statuut om dit zo te zeggen. Het wetenschappelijk kader ontbreekt en is dus subjectief

Verschil kunstgeschiedenis en kunstfilosofie is dat de geschiedenis de kunst in stromingen en bokjes propt en verdeeld. De filosofie echter ziet het geheel als een abstract geheel. Centraal blijft de vraag binnen de kunstfilosofie wat is het wat kunst genoemd wordt. De geschiedenis zegt dit is kunst waarom rest de stilte of er komen terminologieën als bij de kunstcritici (imitatie,symbool,sublimatie,tijdsgeest of kunst wordt gekoppeld aan een persoonlijkheid of binnen een tijdperk

Oplossing gezocht door heinrich wolfili ea hegeliaanse treinvisie. Kritiek poging kunsthistorie uit de confectie te halen en blinde systematiek van hokjes weg te halen In de jaren 80 een def op kunst Kunst is wat door de vertegenwoordigers van het kunstmilieu als kunst wordt aangewezen Het aanwijzen is dus niet vrijblijvend en ter discussie. Het kunstwerk is lijdend voorwerp. Een vorm van spring in het water en de rest volgt. Het is reflectieloos. Beperkt zich tot in kaart brengen

Vanaf 18de eeuw veerlichting. Kunst als apart domein binnen de filosofie. Kunstwerk wordt autonoom. Maker en kijker zijn 2 met elk een status. Vroeger ingebed in religie aristocratie en koningschap

Productie in vrije marktwerking. Het vrije kunstwerk is rijp voor fil beschouwing. Veel van fil denken begint uit crisis gedachte. Dit duid op een onzekerheid wat kunst betekend en zou kunnen betekenen en ook het verlangen om een nieuwe betekenis te geven. Burgerij vindt kunst vrijblijvend ,is sceptisch,vindt kunst domein van ijdele diversifieert , een substantieloze spel van schijn. Het beste wat kunst te bieden heeft is een aangename prikkeling van de zintuigen ter aflossing van de ernst der arbeid. Maar juist hierdoor ontstaat er een behoefte naar INGRES Juist het nutteloze van de kunst maakt het waardevol immers autonoom zelfstandig in de wereld. Hegel en schiller kunst is dood is dus onzinnig. Scholastiek –verlichting vangt aan bij descartes rationalisme contea emperisne.

Kant

3 boeken

Kritiek der reinen vernuft kritiek van de zuivere rede

Hier wordt een model gemaakt om te weten

Kern is hoe je zintuiglijke waarneming kan linken aan rationaliteit =wetenschap

De zintuiglijke waarneming moet immers betrouwbaar zijn

Kant definieert dit

Hij ondferscheid 2 soorten uitspraken

1 A priori

2 A posteriori

A priori is een uitspraak niet gebasseerd op ervaring zoals kabouters zijn kleine mannetjes

Je weet het niet heb ze niet waargenomen is een aanname

A posteriori is een uitspraak gebasseerd op zintuigelijke waarneming zoals deze tuinkabouter heeft een rode muts op

Verder zegt hij er zijn 2 soorten uitspraken

1 analytische

2 synthetische

Analytisch de cirkel is rond is per saldo altijd zo immers een cirkel is rond

Synthetische de bloem was verwelkt

Niet ieder bloem maar toevallig deze wel voegt de waarneming toe aan de ratio

Betrouwbare kennis is altijd per definitie

Synthetisch oordeel a priori

Omdat het a priori gedeelte niet op waarneming berust

Als het analytisch apriori was dan zou het dunbbel op zijn immers het analytische behoeft geen waarneming

En anderzijds

Synthetisch a posdteriori is waarneming met waarneming en de ratio ontbreekt emperistisch

Kant onderscheidt dus dat zintuigelijke waarneming essentieel zij als ze maar aan bepaalde zaken voldoen hij onderkend er 12 in 4 groepen van 3

Wo kleur indrukkken geur geluid lijnen .

Hij noemt dit de empfindungen ,gewaarwordingen ,verder zegt hij dat deze nooit bewust tot ons bewustzijn doordringen maar alvorens zij ons bereiken ,het bewustzijn , zij reeds geordend zijn in tijd en ruimte het moment van bewustzijn noemt hij de ervaring

De ervaring is dus anders dan de gewaarwording

Het verschil wordt gemaakt in wat kant de verbeelding noemt

Kant zegt dat wij de echte wereld los van ons bewustzijn niet zien

Hij is dan reeds gevormd door de verbeelding

Daarom kunnen we slechts uitspraken doen over onze eigen werkelijkheidservaring over en echte wereld weten we niets

Kennis ontstaat door ervaring in het verstand verder te ordenen in catagorien als oorzaak en gevolg

Tot dit punt kan je spreken va betrouwbaar heid daar waar een verdere uitsplistsing plaatsvind bij de rede vernunft is er hgeen sprake meer van betrouwbaarheid maar van abstractie

Zekere kennis is verstandskennis derest is speculatief

Vind hij niet erg maar dan in als vorm als dit dan zou dat etc

Kants waarheid is dus een persoonlijke waarheid

Kant 2de boek gaat over de moraal

Kritiek van d praktische rede

Basis is dat moreel handelen aan de handelaar een goed gevoel geedt maar niets te maken heeft met de omliggende omgeving

Dingen rondom noemen we goed als zij onze geluksdrang bevredigen

Maar het moreel goede volgt niet uit eigenschappen van dingen

Moreel handelen gebeurt onbewust en is onafhankelijk van een menselijke handeling

Kant stelt moraliteit dan pas als er sprake is van morele intentie van goede wil

Onderscheid maken in

A legale – handelen volgens opgelegde wet –tegen zijn zin of niet

B moreel –vanuit een persoonlijk overtuigd plichtgevoel –er is dus een morele wet die de menselijke wil bepaald -handelen uit uit plicht is dus uit eerbied viir de morele wet

Hoe ziet de morele wet eruit

We onderscheiden

A Maximes –persoonlijke gedragsregels voor handelen

B imperatieven –regels die voor iedereen zouden moeten gelden en gelden voor ieder menselijk wezen

De imperatieven splitsen we in

Hypothetische – iets noodzakelijks voor iets anders als dit dan dat

Categorisch – een doel op zich je moet dit

Vb hyp om de indiaan als gelijke te behandelen moet je ze hun land geven hypothetisch

Een mens mag niet doden categorisch

Een wet heeft altijd het karakter van categorisch imperatief is nergens van afhankelijk los van verlangen ,grote mate van abstractie ,algemeenheid ,geen inhoud immers al die zaken vervuilen en beperken

Hyp imperatief zijn variabel vleesproductie geen vleeseter

Handel enkel volgens gedragregels waarvan je kan willen dat ze een algemene wet zouden zijn

Onderwerping

Dit kan in iedere chimpansse groep

Maar kant stelt dat alleen de mensdrager is van categorisch imperatief

Daarom bepaald de mens de maat

Er volgt en verfijning

Handel zo dat je de mensheid ,zowel in je eigen persoon als in de persoon van ieder ander nooit louter als middel benadert maar ook als doel

Respect tegenover elkaar ook dat heeft een iedee aapgroep

Het gaat er bij de moraal;l dus om net als bij vernuft dat de mens in zich zelf de universele wet kan onderwerpen waardoor het een moreel goede wil is

De finale is dus dan

Handel volgens zodanoige gedragstregels dat uw wil zichzelf tegelijk als algemeen wetgevend kan beschouwen

We praten dus weer op menselijke schaal

God en de wellicht echte wereld gaan naar de achtergrond

Door de morele weten en de zuivere rede komt het begrip vrijheid ter sprake

Immers wij onderwerpen ons aan deze morele wetten

Dat is vrijwillig dus we zijn vrij ,om volgens eigen esentie te leven

WAAROM ZOU IK MORAAL MOETEN LEVEN

Het oneindige van de ziel wordt gezegd dat het anders onredelijk zou zijn als we al die moeite doen

Vrijheid is mensen privilege

In de natuur is alles wetmatig alleen de mens uit vrije wil

3de boek

Kritiek van het oordeelsvermogen

Esthetica

Boek 1 het verstand de rede . synthetisch a priori

Boek 2 de moraal de wil cathegorisch imperatief

Boek 3 het schone het gevoel smaakoordeeel schone verhevene

Smaakoordeel ik vind deze bloem mooi is erg subjectief

Een esthetisch oordeel is

Deze roos is mooi los van persoonlijke smaak en voorkeur

Hoe kom je tot deze uitspraak

Esthetisch oordeel moet voldoen aan 4 kriteria eigenlijk 5 want de lust speelt ook mee

Belangeloos

Noodzakelijk welbehagen zonder begrip

Noodzakelijk karakter

Ondoelmatige Ondoelmatigheid

Dd maandag 18 juni

Filosofie van kant is er een van tegenstellingen

Het constant opzoeken van de grenzen en daar waar mogelijk de bruggen slaan

Betekenis woord Kritiek isook de begrenzing

Subject object

Kant redeneert van uit de mens als beschouwer stelling van nietzche

Probleem ligt bij kant waar zit zijn verscheurdheid in het constant naast elkaar zetten van tegenstellingen

Esthetica brengt kant weer naar het rationele

Het plaatje telt niet de maker

Kant schoon is wat je behaagd

Schoonste is gelofte van geluk

De romantiek meer als de maker

Romantiek moet de lessen literatuur en geschiedenis in het achterhoofd hebben het tijdsbeeld van dat moment

De mislukte franse revolutie bv de dood van het rationalisme

Ethiek het 2de kant boek begint al in grieken land

Plato met goed inzicht goed handelen

Of met goed begrip van de waarheid

Ethiek behoed geen apart domein

Aristhotales maakt er een apart domein van ethiek =geluksethiek

Alles in de kosmos een vaste plaats en doel

Vb natuur zaadje plantje boompje zaadje ethisch handelen een doel is geluk

De griekse norm

Hij die de juiste maat houdt wordt gelukkig

Lafheid –moed-overmoed

Verlichting

Geluk is een politieke factor geworden los van individu

Utilitarismer

David hume –sceptisme –men spreekt over normen en waarden maar wat is dat nu eigenlijk

Ziet mens als individu met verlangens en behoeften via sociale afspraken

Sociale afspraken worden door jeremy benthem fictie genoemd

Hij benkt na over andere landen een soort van model

Ficties hebben maatschappelijke functie

Het gaat om de gelijkheids van alle ficties

Zijn criteria is dat het om de uitkost van een handeling

Intentie is onbelangrijk de handeling telt

Elke handeling is een doel

Afwegen is hoeveel geluk ka een handeling geven

Het meetbaar zij is van belang

Vrijheid is mensen priveleges is autonomie

Onderwerpern aan een wet dus ook

Wet zit in je zelf

Na kant komt Schiller

Moraliteit en esthetica is bijna gelijk

Esthetica geeft zedelijke vrijheid

Schiller zegt dat de esthetica ervaring de zedelijke wil en het zintuigelijke bestaan verzoend worden

Schiler ------Schelling/schlegel /holderin

Wat zij proberen is eigenlijk kants theorie te vervomaken

Kant zit dus vol met contradicties en zijn willen eenheden maken

De kloven dichten

De methode is de kunst centraal te stellen dus boven de gfilosofie

In de kunst vindt je eenheid

Bij schiller staat het schone centraal denk aan tijdsbeeld verscheurdheid f rev

Notstaat uitwerking blz 66

Freudiaans 68

Bij schelling schlegel en holderein het sublieme

Schiller schone geeft eenheid en leert ons om te gaan met de wereld of althans het beloofd een eenheid

Schiller stelt de grondslag van mij ik = eenheid

Om de eenheid te bewerkstelligen is de kunst nodig

Denken is altijd te splitsen in degene die denkt het subject

En degene die denkt over het nadenken van de ander het object

Sub en object komen nooit te samen

Kunst daarentegen brengt wel sub en ob tesamen het is een versmelting

Scheppen is crij –los van ervaring opleiding of wat dan ook

Het is een creativiteit

Scheppen doe je bewust maar zonder rugzakje

Het scheppingsproces is de maat niet het resultaat dat is een gift

Mondriaan buys

De basis voor schiller is dus de eenheidsgedachte uit het scheppen

Schelling schlegel en holderein gaan ui van het sublieme en daardoor moeten het dus romantiekers zijn

Stelling

Het onbewuste scheppende van de creativiteit overschrijdt in het schone en wordt dan door het overweldigende subliem

Dit is een andere sublimiteit dan bij kant

Onderbewuste /padocultuur onbekend

Dit is ook de reden dat in de romantiek de tragedie met zijn moment van inkeer en zelfreflectie zo populair was immers

Het noodlot is een onbewuste activiteit kan je zien als object

Je eigen lot en je verantwoordelijkheid kan je zien als subject

In d tragedie komen ob en sub bij elkaar

Schlegel relativeert meer

Hij stelt het komt wel dicht maar noit helemaal

Hij noemt dit ironie

Iets zeggen maar iets anders bedoelen

Kunst laat zien mar altijd wat anders dan wat bedoeld wordt te zien

2 vormen allegorie =sumbolen

Witz geestige veel voed betekenissen meest gekende de joodse mop meerduidigheid

Holderlin

Hij vertrekt van een geheel ander standpunt nl niet van de eenheid die kunst brengt maar van de verdeeldheid blz 87/85

Zijn stelling kunst hoeft de eenhei niet te maken maar het moet wel over de verdeeldheid vertellen

Hij neemt het tragische als model

Cesuur mens goden op zelfde nivo

Grieken deden goden mee wij zijn dat kwijt ze hebben zich teruggetrokken

Daardoor is de mens ontheemd eenzaam

Wegzetten van de illusie

Het komt nooit meer goe

Hegel

Belangrijkste verschil is dat kant stil zit en nadenkt over allerlei zaken en dat hij oplossingen geeft die op dat punt en dat moment gelden

Hegel laat de geschiedenis toe en het evoluerend vermogen van de mens ook in de geest hij denkt stom dat er een moment bestaat dat alle kennis voorhanden is en dat we alles begrijpen

Het denken als hoogste doel en de kunst is daar een hulpje voor

Als we alles vatten dan is de kunst dood

2de verschil

Kant kijkt naar de mens het hoofd enm filosofeert vanuit de mens object subject gedachte

Hegel van de omgeving de maatschappij de dingen zelf

Naar het algemene de parmis

Ten slotte en niet onbelanrijk maar logisch

De dialectiek geist rede – kosmos –eindpunt

Het begrip betrouwbare kennis waar kant veel waarde aan hecht laat hij los

Hij zegt alle kennis is er al dus nu kunnen we via deductie alles oplossen

Het model is dan these –antithese geeft weer een these gevolgd door antithese etcetc en het einde is dat alles duidelijk is

Bij kritiek slelt hij dat is dan jammer maar als mijn theorie niet klopt dan is er iets mis met de werkelijkheid

Hij promoveert de geist tot een zelfdenkende computer

Zijn grootste misschatting is dat alle kennis niet voorhanden is

Proces hegel in stappen

1 denken

2vooruitgang in de tijd ,progressie

3 vooruitgang in theseantithese

4 telos doel einddoel

5bewustzijn eindpunt einde geschiedenids kunst is dood

Hegel kritiek op kant is dat een ethisch handelend persoon eenzaam is

Hegel zegt de ethiek geld niet voor 1 persoon mar alles en iedereen

Zit ib de maatschappij

Sijpelt door naar marx en engels

Kunst is bij hegel een spiegel van de realiteit ( denk aan literatuur)

Hegel zijn 5 punten kan je in een tijdboom plaatsen

Licht

Planten en dieren

Vergeestelijke mens ,natuurgodsdiensten

Mens gaat de natuur beïnvloeden ergypte pyramides

Griekse cultuur –beelden sculptiren serene verzoendheid gevolg these synthese levensloos daarom offerrituelen en orakelbezoek

Tragedie absolute kracht ,dat noodlot enerzijds verzoening met ik anderzijds

Komedie –spel voorstellingen

Geen drama louter sketchrs

Leven is een spel waar je je aan kunt ontrekken

Helpt voor filosofisch bewustzijn van ik

Na deze tijdslijn wordt kunst ook een spel crijblijvend zonder nut

Christendom in het geheel

Hegel s uitspraak de kunst is dood is wel begrijpelijk omdat hij stelt dat de kunst een spiegel is daar waar de realiteit vroeger spiegel kom zijn is de schilderkunst naar andre wegen gaan zoeken waardoor de spiegelfunctie minder werd cq weg gevallen is

Als hegels zijn uitspraak deed als zodanig wel juist

Maar de kunst is zich gaan ontrekken aan de afbeelding

Het schone wordt een subje en het sublieme cq het unheimliche komt in de plaats

Door bv abstract te werken ontrekt de kunst zich aan het maatschappelijke doel

Fuctie van de kunst wordt dan overgenomen door de tv en multimedia

De kunst heeft dan enkel warde als idee

Het idee daty telt niet de voorstelling meer een mooi vb in deze vind ik de arte povera

Kern is dat kant de filosofie een wetenschap gemaakt heeft

In zijn werk

Nadenken over wat is betrouwbare kennis en hoe komt het tot ons rteinenvernuft

Nadenken over etiek hoe komt het dat wij ondaar aan onderwrpen urteilskraft

Nadenken over eshetiek waaromwij het mooi vinden

Alles op menselijke schaal

Constant tegenstellingen en bruggenbouwen

Als reactie op de verlichting de romantiek ontstaan uit de teleurstelling

Standpunt van schlegel er kan geen revolutie zomaar zijn de mens moet daar rijp voorgemaakt worden in denken en doen een middel daarbij is de kunst daar wordt immers eenheid gevonden en gemaakt in pure vrijheid

Kunst moest opnieuw uitgevonden worden zie kunstgeschiedenis over verschilpunten class en romantiel ook de onderwerpen en toetsen

De natuur wordt als model gekozen niet naar de absolute waareneming maar als cauche van elementen die de kunstenaar koppeld tot een nieuwe figuur waar alles xijn plaats heeft

Vervolgens komen de mensen die dammen willen bouwenuit de romantiek die op zich de reavctie op rationa is

Schiller de notstaat de reflextie van de dan geldende samenlevinf die veranderd moet worden maar dat niet kan omdat ze nog niet rijp is en opgevoed moet worden via de autonome kunst b

Schelling schleget hoderin

Daarnaat hegel die de filosofie van de mens tot een universele wetenschap maakt

Teleologie is de filosofische term voor allerlei vormen van doel-betrokkenheid die we in de natuur, of meer specifiek: in de levende natuur menen aan te kunnen wijzen. Het woord is afgeleid uit het Grieks (telos, "doel(eind)" en logos, "rede" of "leer").

De betrokkenheid op een doel kan op meerdere manieren verstaan worden, onder meer als:

• Doelbewustzijn of doelbewustheid (bij de mens)

• Al-dan-niet veronderstelde doelstrevendheid (embryogenese)

• Doelgerichtheid (automatische piloot, een thermostaat)

• Doelmatigheid (een orgaan of een instrument) etc etc.

Al deze dingen hebben met teleologie te maken maar teleologie is dus een ruimer begrip dan al deze aspecten afzonderlijk.

Historisch gezien (voornamelijk door de invloed van het christendom) is de teleologie vaak gekoppeld aan Aristoteles' "causa finalis", het werd dan (ten onrechte overigens, als tenminste Aristoteles' ideeëngoed centraal zou staan) opgevat als een oorzaak die, bijvoorbeeld door een opperwezen dat het oog op een bepaald doel gericht houdt, invloed zou hebben op het heden (en het verleden, denk aan de schepping bijvoorbeeld). De twee filosofen die zich het meest met de teleologie hebben beziggehouden (Aristoteles en Kant) kunnen hier echter niet verantwoordelijk voor gesteld worden, zij geven geen aanleiding voor een dergelijke interpretatie.

Bij Kant is de teleologie een noodzakelijk epistemologisch (oftewel kentheoretisch) principe voor al het wetenschappelijk onderzoek en met name voor de biologie. Hij noemt het een regulatief (i.t.t. tot een constitutief) idee. Bij Aristoteles echter heeft de teleologie ook een ontologische status: het heeft betrekking op het zijn, op de aard van de werkelijkheid zelf.

Contact Details

ATELIER: Boulevard de Wielingen 64 - 4506 JL  Cadzand bad | email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

POSTADRES: Prinsenstraat 38 - 4506 AH  Cadzand dorp | tel: 06 46454548 | email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.