De bijgewoonde kasklezingen van de jaargang 2007 – 2008 zijn:

 

o "If I can't dance I don't wanna be part of your revolution": de invloed van het feminisme in de kunst.
o Ludwig Vandevelde, docent Beeldhouwen aan Kask: in kader van 'Tussen lichaam en geest'.
o Engelstalige lezing gegeven door de vooraanstaande Zweedse kunsthistorica en curator Gertrud Sandqvist over de postgraduate opleiding aan het HISK.
o "Kippenberger" door Patrick van Rossem.
o "Triumph of painting" door Vincent Geyskens, docent Schilderkunst aan Kask.

De centrale vraag die mij bezighield doorheen de lezingenreeks was: "Waarom schilder(en) ik/wij nog?". Niet enkel door stil te staan bij de keus van mijn medium, ik ben dan ook schilderstudent, maar eerder als een afweging van de schilderkunst tegenover andere (nieuwe) media. De lezing van Vincent Geyskens speelde hier op in. Ik gebruik dan ook deze lezing als rode draad.

Met de confrontatie met uiteenlopende disciplines, aangeboden in deze lezingenreeks, is het altijd raadzaam om even stil te staan bij het eigen gekozen artistiek medium, de schilderkunst. Bij afronding van je bacheloropleiding wordt je veel de vraag gesteld: "en schilder jij nog verder?" of "is het dit dat je voor de rest van je leven gaat doen?". Het is dan ook het uitgekozen moment om hier bij stil te staan.

2. Triump of Painting

Triump of Painting (2005), zo begint de lezing van Vincent Geyskens, is een tentoonstelling die de schilderkunst niet langer als een problematisch gegeven aan de buitenwereld voorstelde, wat voorheen wel het geval was. Het schilderen was dusdanig geproblematiseerd dat het schilderen in een underdogpositie terecht kwam.
In de jaren '80 toen Geyskens studeerde was de schilderkunst onverantwoord. In Documenta X werd geen enkel schilderij toegelaten. De opvatting was dat schilderkunst academisch was en in het slechtse geval reactionair. Toen hij dan ook aan zijn opleiding in het HISK begon werd hem de vraag gesteld waarom hij nog schilderde. Hij stond versteld dat niemand hem de vraag stelde waarom hij ook schilderde. Men vroeg niet naar het waarom van zijn keuze om het medium olieverf te gebruiken.
Om hierop in te pikken: dit jaar ben ik naar de opendeurdag van het HISK Gent geweest. Ik stond ervan versteld dat er maar 1 schilder was op 25 studenten. Enkel de Israelische Netally Schlosser schildert. Zij maakt zelfportretten. Bij een gesprek met deze dame kwam ik te weten dat bij het aanvangen van de opleiding meerdere mensen schilderden. Hoe kwam het dan dat er nu nog maar eentje schilderde?
De docenten van het HISK Gent hadden aan hun studenten bij aanvang van hun eerste jaar gevraagd waarom zei nog schilderden. Konden ze niet beter over schakelen naar een nieuw, fris en moderner medium? Het grootste deel van de schilders is dan overgestapt. Getuigt dit van lak aan ruggengraat? Of is er iets dieper, iets fundamenteler die aan de basis ligt van deze omschakeling?

3. Schilderkunst en het intellect

Geyskens deelt hierover mee dat schilderen aan het HISK geïnterpreteerd werd als een marginalisering van je totaal intellect. Medestudenten van hem die toen overstapten naar de "nieuwe media" waren dus volgens de docenten tot inzicht gekomen. Ze hadden het "probleem" van de schilderkunst door en stapten ervan weg. Ze lieten de schilderkunst voor wat het was en sloegen een nieuwe weg in. Er is een spanning tussen de schilderkunst en het intellect.
Geyskens zelf werd in de eerst 2 jaar van de 3-jarige opleiding gehinderd door deze stelling. Het belemmerde hem om tot schilderen te komen. Hij ondezocht de vraagstelling "Waarom schilderen wij nog?". Voor hem is het woordje 'nog' heel belangrijk in deze stelling. Dat kleine woordje duidt op een grote voorgeschiedenis. Schilderen is dus een historische kwestie. Er is altijd al geschilderd, van de grotten van Lascaux tot nu. Waarom kan het dan nu niet meer? Het kan, maar is gedegradeerd tot iets 'leuks' om je tijd mee te verdoen. Krijgt de mens dan dezelfde instelling tegenover de schilderkunst als de bourgouies van vervlogen tijden die zich inlieten met kunst om een tijdsverdrijf te hebben?

Tentoonstellingen werden niet meer met enkel schilderijen opgebouwd. Foto, video en andere uitdrukkingsvormen kwamen erbij. Het was voor de curatoren niet meer haalbaar om een tentoonstelling op te bouwen enkel uit schilderijen. Schilderkunst werd verstoten uit zijn centrumpositie. Van belangrijkste kunstvorm werd de schilderkunst een minderheidskunst. Het werd een medium naast alle andere, en soms zelf een medium die onder alle andere stond.
Volgens Geyskens is de term 'minderheidskunst' onbruikbaar bij het omschrijven van de schilderkunst. De definitie van een minderheid, volgens Geyskens, is een groep mensen die een overtuiging delen en naar erkenning dingen in een dominante cultuur. Dat kan je toepassen op 'een jong naiëf meisje' die opbokst tegen vader en broers en die uitgroeit tot een zelfbewuste vrouw. Hier is er sprake van een volledige integratie en acceptatie van de minderheid in haar eigenheid. Hier kan de schilderkunst geen aanspraak op doen, in tegenstelling tot de nieuwe media die er op rekent.

Schilderkunst heeft zich nooit in een slachtofferrol gewenteld, maar is een kroongetuige van de Westerse geschiedenis, dat zich nu in een crisis bevindt. Een minderheid realiseert zich dat ze een minderheid zijn en willen hun identiteit zichtbaar maken. Schilderkunst is altijd kunst geweest en ijvert niet meer naar zijn identiteit. Schilderkunst valt bijna samen met kunst. Als er gevraagd wordt kunstenaars op te noemen zal het antwoord altijd doorspekt zijn met een opnoeming van verscheidene schilders. Ook in de lezingenreeks dit jaar werd er een volledige lezing gewijd aan een reeds overleden schilder: Martin Kippenberger. Het moet dus zijn dat schilders een belangrijk deel uitmaken van de kunstbeleving.

4. Schilderkunst valt samen met kunst

Tevens als je een foto op de rommelmarkt vindt dan is dat geen kunst, maar louter een foto. Vindt je daarentegen een schilderij op diezelfde rommelmarkt dan is dat een kunstwerk. Het kan een slecht kunstwerk zijn, maar het is en blijft een kunstwerk. Een foto moet je al binnenhalen in een museum alvorens het kunst genoemd wordt. Schilderijen binnenhalen in de context van musea is evident.
Een kleine opmerking bij dat evident. Geyskens zegt wel dat dat evident is, maar Documenta X had schilderijen geweigerd. Naar mijn mening is er wel een periode geweest, de jaren '80, dat dat evidentschap niet zo evident was. De schilderkunst heeft zijn evident-zijn moeten herwinnen.
Schilderen zal altijd blijven bestaan. De nieuwe media rekent voor verdere ontwikkeling van hun medium op de technologische vooruitgang. Sommige videokunsten zouden ondenkbaar zijn zonder de nieuwste snufjes van technologie.
Schilderen daarentegen rekent daar niet op. Schilders rekenen er niet op dat er nieuwe olieverf zal uitgevonden worden. We hebben onze middelen al en ja er kunnen aanpassingen en vernieuwingen gebeuren maar enkel met de bestaande middelen. En is het dat er iets nieuws uitgevonden wordt, het bestaan van de schilderkunst hangt niet af van die uitvinding.

Een extra opmerking hierbij: de nieuwe media moet dan ook op de nieuwste snufjes blijven springen en ze integreren in hun kunst. Als je dan over enkele jaren gaat kijken naar de 'nieuwe' media van pakweg 10 jaar voor dat punt zul je zien dat ze verouderd en over datum zijn. Bij schilderijen heb je dat probleem niet. Je hebt als je terugkijkt naar 400 jaar geleden de superrealistische figuratie die gedateerd lijkt, maar nog kan boeien. Tot op de dag van vadaag zijn er schilders die zo superrealistisch werken maar in een vernieuwde vorm. Kijk maar naar Michael Börremans. Wat de schilderkunst doet, zijn presentatie vernieuwen, doet ook de nieuwe media. Maar onze schilderijen van 10 jaar terug zullen niet zo opvallend minder zijn van kwaliteit alsof je naar een tv-opname terugkijkt van de VTM van pakweg 1994. De recente schilderijen zullen een evenwaardige kwaliteit bezitten als hun historische voorgangers. Wat in de videokunsten en nieuwe media wel het geval is. Hun beeld zal korreliger zijn, meer flu, meer onscherpte en zal gedateerd overkomen.
Als in de recente videokunsten die korrelige, gedateerde beeldkwaliteit net opgezocht worden, dan is het een bewuste keuze en is het wel verantwoord.

Hier kan ik de lezing van Ludwig Vandevelde aanhalen. Hij had op een bepaald moment in de lezing over de herhaling doorheen de kunstgeschiedenis. Bij schilderen en beeldhouwen boks je op tegen een grote voorgeschiedenis, waar nieuwe media zo recent is dat het een veel kortere geschiedenis heeft. Vandevelde haalt de vraag aan: "staat de herhaling haaks op de vooruitgang?". Er zijn al talloze piëta's (een motief die Vandevelde uitermate boeit. Hij kijkt niet naar de lijdende Jezus, maar heeft aandacht voor de lijdende Maria) gebeeldhouwd en geschilderd: is er dan sprake van een evolutie en vooruitgang of blijven de kunstenaars steken in de herhaling?.
De sociale functie van kunst veranderd, dat is al een punt om rekening mee te houden als je kijkt doorheen de kunstgeschiedenis. Dus is er werkelijke vooruitgang? En betekent dat dat we Michelangelo voorbijgestoken hebben? Vandevelde ontkent dit: Michelangelo is niet voorbijgestoken, dat zou betekenen dat de kunst is voorbijgestoken. Het hedendaagse sluit de historische kunst niet uit. De historische kunst is onvervangbaar en de nieuwe kunst is nooit ten koste van de traditie. Vandevelde erkent dat hij een 'ouderwetse' kijk heeft op dit en is tegen een breuk met het verleden. Amputatie van traditie is ondenkbaar voor hem.
Ik denk dat in het schilderen het amputeren van historische context een wandaad is. Ik kijk toch nog altijd terug naar de kunstgeschiedenis en ieder van ons leert die geschiedenis om de kennis te verruimen. Is die kennis dan nuttig? Ja, je weet dat je moet evolueren, je wordt gedwongen om vernieuwend te zijn. Om even goed te zijn als je voorgangers. Vernieuwend zijn met dezelfde standaard of nog beter. De videokunst heeft het ongeluk dat als de technologie verbeterd je dat ziet en je de vorige werken kunt dateren. De nieuwe media staat nog aan het begin van een lange geschiedenis en misschien, wie weet, komt de nieuwe media op het punt waar de schilderkunst staat en stond? Dan zal ook hun van hun voetstuk vallen en hun centrumpositie, die ze stilaan inneemt in de niet-democratische kunstwereld, moeten opgeven. Dan kunnen ze kijken hoe de schilderkunst zich hersteld heeft van die verschuiving en er conclusies uittrekken.

5. De Schilderkunst dood verklaren

Al te vaak is de schilderkunst al dood verklaard. Maar is de schilderkunst echt dood? Wat dan te denken van Willem Sasnal, Marlene Dumas, Jenny Saville, Lucian Freud,... al nog levende schilders die nog steeds naar buiten komen met hun werk.
Volgens Geyskens is de schilderkunst een zombie. Daar kan ik wel inkomen, we hebben veel van ons paradijselijk boven alle andere kunstvormen vergeven zijn moeten afgeven. In mijn ogen is dat het democratischer worden en inzien dat andere mediums ook iets te bieden hebben. Naar mijn mening evolueert de kunstvisie kortweg gezegd als volgt: de schilderkunst heeft een centrumpositie, valt van zijn voetstuk, moet baan maken voor de nieuwe media. Schilderkunst en nieuwe media blijven een tijdje democratisch kunstvormen onder elkaar. Dat evolueert naar nieuwe media krijgt een centrumpositie, die op zijn beurt ook van zijn voetstuk valt en terug een positie inneemt vriendschappelijk naast de schilderkunst.
Wat vroeger als ambacht te boek stond kan nu rekenen op het label 'kunst'. Dat te danken aan Duchamp die de readymades in de musea binnenbracht. Maar ook niet te vergeten de designers die nu ook zalen krijgen om tentoon te stellen in het zelfde gebouw als de schilders.
In mijn optiek is de nieuwe media aan zijn opmars bezig maar zitten we nog op de grens met kunstvormen naast elkaar.
Geyskens formuleert zijn schilderkunstige zombie als volgt: "Een levende dode die dwaalt in de hedendaagse context zonder aanwezigheid op treffende manier verantwoord". Ik denk niet dat de schilderkunst dood is. Wel dat de schilders in de jaren '80 die het schilderen volledig hebben afgewezen en de schilders die dat nog steeds tot op de dag van vandaag doen (zie HISKstudenten) wel een zekere standvastigheid missen. Ze missen een ruggengraat om ervoor uit te komen dat hun doen en denken onder meer in het medium verf valt.
De democratie onder de kunstmedia, ieder medium staat naast een ander, werkt niet in hun hoofden. Zij maken een hiërarchie: schilderkunst staat minderwaardig aan fotografie, of minderwaardig aan mixed media, .... De hiërachie in hun hoofden creeën de kans om de hele kunstwereld in een hiërachisch systeem te doen denken.

6. Schilderkunst vs ander media in mijn eigen werk

In mijn laatste jaar van mijn bacheloropleiding ben ik gaan nadenken over is het nu echt de schilderkunst alleen die mij boeit of zijn er ook andere manieren om mijn doen om te zetten in een kunstwerk. Lang heb ik geloofd dat ik enkel dacht in schilderijen. Mijn keuzevakken (grafiek, tekenen naar fotografisch beeld, tekenen naar levend model) zag ik lang ten dienste van mijn schilderen. Een ets maakte ik omdat ik dan een voorstudie had. Ik kon die ets meerdere malen afdrukken en bewerken met aquarel of inkt of ecoline om tot verscheidene schilderkundige oplossingen te komen.
Tekenen diende voor mij om tot inzicht te komen in bvb de menselijke anatomie om in een schilderij overtuigend een mens te kunnen neerzetten. Met de vorige reeks kasklezingen (jaargang 2006 – 2007) en deze jaargang (2007 -2008) wordt je geconfronteerd met sprekers uit uiteenlopende domeinen. Elk van hun vond hun medium het geschikste medium om hun manier van denken om te zetten in iets plastisch. Bij deze confrontatie en de reflectie achteraf kwam ik tot de conclusie dat de utopie van alle kunstvormen gelijk en je hoeft je niet te beperken tot die ene uitverkoren vorm van uitdrukken die jij, persoonlijk, gekozen hebt. Waarom zou ik in mijn geschilderde ivoren toren blijven zitten en niet eens gaan proeven van de andere kunstvormen om te toetsen of ten eerste de schilderkunst het meest geschikte medium is voor mij en ten tweede als ik ook in een ander medium bepaalde aspecten die ik wil uitwerken beter kan vorm geven?

Schilderen, voor mij, zal mijn hoofdvorm van expressie blijven. Ik reduceer hier niet de kunst tot een expressievorm. Kunst biedt zoveel meer dan louter expressie, maar de expressie maakt er een wezenlijk deel van uit. De kunst heeft zichzelf als doel. Een kunstwerk is zijn eigen doel. Dit in navolging van Ludwig Vandevelde. Ik denk in verf en schilderijen en dat maakt mijn hoofdmedium de schilderkunst.
Ik wil in de toekomst ook gebruik maken van fotografie voor bijvoorbeeld portretten. Ook grafiek zou ik willen inzetten om abstracte werken te maken en niet meer gebruiken als voorstudie voor een schilderij. Grafiek is niet minderwaardig aan schilderkunst en schilderkunst is op zijn beurt niet minderwaardig aan grafiek. Ik geloof niet in het woord "minderheidskunst", daar steun ik Vincent Geyskens in. Ook hij maakt gebruik van de collagetechniek om tot werken te komen, dat hij presenteerd als volwaardige werken en niet enkel als aanhangsel bij zijn schilderkundig werk. Ook zou ik graag met touw werken om een 3 dimensioneel werk te maken, om uit te breken uit het 2 dimensionale vlak. Een schilderij waaruit touwen losbreken om los te komen van het platte doek.
Doet een beetje denken aan het werk van Martin Kippenberger die getoond werd door Patrick van Rossem. Een werk waarvan ik de titel kwijt ben, maar gekend in het oeuvre van Kippenberger. Het is een schilderij waar een slappe lantaarn uit losbreekt. De lantaarn verwijst naar een impotente fallus en ook naar dronkenschap. Je valt bijna over de lantaarn als je dichter wil gaan zien naar het werk.
Het touwenaspect doet ook denken aan een werk die aan bod kwam in de lezing "If I can't Dance I don't wanna be part of your Revolution". Het werk noemt 'The meaning of Greatness' (2006) van Sarah Pierce, geïnspireerd op het touwenwerk van Eva Hesse. En dat werk doet dan weer denken aan een Japanse kunstenares Chiharu Shiota die ik leerde kennen op de kunstbeurs te Brussel dit jaar. Deze kunstenares werkt met touwen, maar is ook een bedreven performancekunstenares. Wat mij dan weer terugbrengt naar de titel van de lezing "If I can't Dance...". In de titel zit ook al een performance aspect ingebed. Op de tentoonstelling in het Muhka, waar deze lezing over handelde, waren ook verscheidene videokunsten te zien met als thema 'bondage'. Boeiend om te zien hoe je Kippenbergers lantaarnpaal kunt linken aan het Muhka en aan je eigen ideeën voor toekomstige werken.
7. Schilderen een communicatiemiddel of een lichamelijke bezigheid?

Is het schilderen een middel tot expressie of een communicatiemiddel? Vincent Geyskens gelooft niet in het aspect van communicatie. Om iets te zeggen is het duidelijker om het gewoon met woorden te zeggen. Via een schilderij communiceren is communiceren met ruis in. Het is ook niet enkel een expressiemiddel, zoals eerder vermeld met Ludwig Vandevelde.
Schilderen, voor Geyskens, is een lichamelijke bezigheid. Daaruit voortvloeiend is een schilderij een constructie in verf ten gevolge van een lichamelijk activiteit. Je creeërt een illusie en dat presenteer je als je beeld. Je toont een illusie omdat je een 3 dimensionale wereld voorstelt op een 2 dimensioneel vlak.
Ikzelf wil niet communiceren via mijn schilderijen, ik wil geen verhaal vertellen of boodschap uitdragen. Mijn schilderijen zijn mijn product van mijn manier van denken, het restproduct van mijn doen. De activiteit van het schilderen is heel belangrijk, maar toch nadien kijk je naar het restproduct. Naar het resultaat die overblijft. Het aspect van performance is heel interessant, maar nadien als je wenst tentoon te stellen wat er nog overblijft van een performance moeten die werken toch een zekere kwaliteit bezitten om als serieus kunstenaar over te kkomen. Een kunstwerk is ook voor mij een doel op zich.

Kernwoorden bij schilderen zijn: geconstrueerd, lichaam, materie en arbeid. Rond die 4 termen draait de activiteit van schilderen. Vaak zijn deze 4 termen onzichtbaar geworden in de huidige beeldcultuur. Reclamebeelden zijn daar een goed voorbeeld van: die hebben geen greintje materialiteit meer, je vergeet als het ware dat het papier is. Vroeger werden de reclameborden nog geschilderd. Toen had je nog de indruk van verf op een houten paneel. De materie verf speelde een grote rol in de waarneming van de kijker. Dat zorgde voor een charme die de reclamewereld kwijt is. Die charme is opgeofferd voor een kille massaproductie aan beelden. Geef mij maar de oude stijl. Daar zit ook een deeltje jeugdsentiment in. Mijn vader was vroeger dan ook letterzetter en schilderde onder meer reclameboodschappen en aankondigingen in opdracht van Stad Brugge. Als je toen in het Brugse rondreed kon je zijn reclameborden eruit pikken. Nu wordt je om de oren geslagen met nietszeggende, versteende, afstandelijke meldingen van de nieuwste producten en evenenmenten.
Hierover nadenkend zie ik in dat ik nog op de sprong sta tussen 'voor mij alleen schilderen' en 'schilderen tussen andere media'. Als het om jeugdsentiment gaat dan is het schilderen toch mijn voorkeursmedium.

Om terug te komen op Geyskens zijn uitleg over wat de activiteit schilderen is:
Geyskens vermeld hier een bepaalde manier van omgaan met verf, de Gestuele. Als je dan kijkt naar een afgewerkt schilderij is het duidelijk dat je dan kijkt naar het resultaat van een lichamelijke activiteit. Hier is het lichaam actief geweest. Aan de toetszetting kun je zien of het traag, nerveus of spastisch geschilderd is. Het lichaam is ook het meest vijandige. Om dit kracht bij te zetten verwees Geyskens ons door naar "Condition Humain" van Francis Bacon. Er wordt een poging gedaan om uit het beeld te ontsnappen. Je ervaart spasmen om te ontsnappen uit het beeld. Door het schilderen ontstaan er gaten zodat er ruimte ontstaat voor ontsnappingspogingen.
De materie, olieverf, laat zich niet tot een beeld terugbrengen. Dat is geen evidentie. Het is fictie. Er is geen analogie met de werkelijkheid, je kijkt naar een leugen, een illusie. Wat rest is kinderlijk op een positieve manier en onbepaald.
Ik ga akkoord met Geyskens dat een kunstwerk een resultaat is van een lichamelijke activiteit. Ik wil er wel bijvoegen dat ik ook tijdens die lichamelijke activiteit een denkproces blijf handhaven. Ik start met een idee die voortkomt uit een denkproces, ga lichamelijk aan de slag en kijk waar het schilderij mij toe leidt. Een schilderij vraagt bepaalde toetsen, vlakken, kleuren aan zijn maker. Je schildert en je werk leidt je, maar af en toe neem je afstand en neem je stappen in je denken. Een andere werkwijze is dat je voor het aanvangen van het lichamelijke facet van het schilderen een helder beeld in je gedachten hebt hoe het werk er moet uitzien en dat nauwgezet volgt. Bij mij is dat onmogelijk, ik begin met een vaag idee en spring in het grote gat en kijk wat er aan mij gevraagd wordt. Ik schilder in samenspraak met mijn werk. Waar ik aan denk en wat het werk zelf wil daar krijg ik een symbiose van en dat is mijn uiteindelijk resultaat.

Vandevelde haalt ook aan dat de beleving van kunst lijfelijk is. Kijken naar kunst doe je met het hele lichaam. De kunst is geen vrijblijvend, speciaal entertainment; maar een werkplek. Volgens hem is een kunstwerk geen loutere reproductie van een artistiek idee. Een kunstwerk, zo stelt Vandevelde, is geen blinde voorstelling van emoties. Een kunstwerk is een autonome sensatie en werkt in de materie en het nu. De zintuigen, denken en voelen vinden elkaar. De inhoud is niet buiten het werk te zoeken, maar het feit dat het kunstwerk werkt is zijn inhoud.
Het materiële aspect van een kunstwerk maakt dat pas als het werk gemaakt is het loskomt van de maker en een autonoom object wordt. Vandevelde weigert een kunstwerk te reduceren tot motief.

8. Schilderkunst vs Schilderkundige

Wat rest de schilderkunst nog omgeven door de nieuwe media? Wat de nieuwe media heeft overgenomen zijn de schilderkundige aspecten van de schilderkunst. In een schilderij kun je de schilderkunst loskoppelen van het schilderkundige. In de nieuwe media neemt men het schilderkundige over. Een logische verderzetting: de nieuwe media nemen het schilderkundige over en brengen het binnen in een nieuw tijdperk, zegt Geyskens.
Zo kun je de schilderkunst wel dood verklaren, waar ik niet mee akkoord ben, maar het schilderkundige blijft overleven. Niet in zijn oorspronkelijk medium, maar parasiteerd zich op de nieuwe media. Zo wordt er bij de bespreking van foto's gesproken over het schilderkundige aspect. Hoe mooi en schoon het toch allemaal is met dat schilderkundig toetsje eraan. Het schilderkundige is een eigenschap, indien aanwezig, die altijd naar voorn gehaald wordt om te tonen hoe deskundig en goed een bepaald beeld is. Het schilderkundige is ook in het dagelijkse leven doorgesijpeld, denk maar aan computerprogramma's zoals photoshop waar je met allerei vernuftigde technieken een foto/beeld artistieker kunt maken.

Wat blijft er dan nog over voor ons schilders? Als het schilderkundige niet meer exclussief voor ons bestemd is? Het wezenlijk schilderkundig blijft over. Dat is niet te vatten in andere, nieuwe media en onmogelijk te omschrijven met woorden. Als een kunstcriticus of een kunstenaar zijn eigen werk moet omschrijven is dat rond het werk cirkelen, maar nooit de ongrijpbare essentie kunnen bevatten.

9. De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar

De Zweedse curator Gertrud Sandqvist reikte ons volgende filosofen aan om over na te denken: Walter Benjamin (°1892 Berlijn, + 1940 Portbou) en Manuel De Landa (°1952 Mexico City).
Essentie bij Walter Benjamin is dat de geschiedenis geschreven is door de overwinnaar. Ons doel is dus de beste te zijn zodat we onze geschiedenis kunnen opdringen boven anderen. Tijd en geschiedenis in onze maatschappij zien we als een lineair gegeven. De jaartelling begint bij 0 en eindigt op 2008.
De tegenbewering van Benjamin dat onze Westere tijdlijn een product is van onze overwinnaar is om van melancholisch te worden. De waarheid is dus voor altijd versluierd voor ons, want hoe weten we dat de tijdlijn die ons opgedrongen is de juiste is? Hoe weten we dat de informatie waarover wij beschikken over wat gebeurt is in de (kunst)geschiedenis adequaat is? De waarheid is verloren voor ons: hoe moeten we dan verder? We zijn ons nooit bewust geweest van de waarheid, alleen van de mogelijke leugen.

In mijn optiek heeft de Westerse Kerk, opdrachtgever van onze voorlopers als schilder, onze geschiedenis geschreven tot op de dag van vandaag. Nu is het aan ons om te puzzelen en terug te kijken, zien of we niet iets van de waarheid kunnen terugvinden door onze tijdlijn te toetsen aan die van andere culturen.
Dit toepassend op het gebied van schilderkunst vs nieuwe media kun je stellen dat de schilderkunst de overwinnaar was in vervlogen tijden en dat de schilderkunst de kunstgeschiedenis heeft geschreven. Overwinnaar door afwezigheid van de nieuwe media. De schilderkunst had wel concurrentie van de beeldhouwkunst. Schilderijen worden eerder onderwezen dan beelhouwwerken als het gaat over de Romantiek, Rennaissance, Barok, Middeleeuwen. Vanaf dat je gaat terug kijken naar de oude Grieken overheerst de beeldhouwkunst. Mede door de afwezigheid van bewaardt gebleven schilderijen.
In de kunst overwint dus degene die niet verloren gegaan is doorheen de tijd en degene die wint van een nog onbestaande kunstvorm. Voor onze cultuur schreef de beeldhouwkunst eerst de geschiedenis voor, totdat de schilderkunst ze overnam. Nu is het aan de beurt van de nieuwe media om de kunstgeschiedenis te schrijven.
Manuel De Landa heeft dus een punt als hij spreekt over niet-lineaire tijdslijnen. Hij opteerd dat de geschiedenis is opgebouwd uit verschillende lagen van tijdslijnen die niet lineair verlopen.
Zo kun je stellen dat er een tijdslijn is voor de beeldhouwkunst die ergens op een hoogtepunt komt en nu voort kabbelt. Een tijdslijn die de schilderkunst in beslag neemt. En een recente tijdslijn die de nieuwe media vormt. Al die tijdslijnen kun je over elkaar heenleggen en doen overlappen.
De 3 heersers van de kunstgeschiedenis over elkaar heen leggen in een niet-lineaire geschiedenis.

10 Vandevelde en lineair tijdslijn

Als we Ludwig Vandevelde toetsen aan deze tijdslijntheoriën zien we dat hijzelf de tijdslijn van de beelhouwkunst naast die van de schilderkunst neerlegt. Vandevelde, zelf beeldhouwer, zoekt overeenkomstige motieven tussen beeldhouwerken en schilderijen. Zo linkt hij Michelangelo met Max Beckmann. "Gestorven kind" van Johannes Topas met "Ziek kind' van Marlene Dumas in zijn zoektocht of het mogelijk is het proces van artistieke creatie te traceren, neer te schrijven en terug te doen.
Hij zoekt ook naar een antwoord op de vraag of het wel zinvol is om hedendaagse kunst te maken naar oude motieven. Neem als voorbeed Max Beckmann (°1884) die naar het zelfde motief werkt of Michelangelo (°1475).
Vandevelde's antwoord is klaar en duidelijk: creatie van hedendaagse kunst naar historische motieven is mogelijk. Zelf kijkt Vandevelde naar Van Dyck en Rafael. Beiden hebben het motief "piëta" waar Vandevelde zo geïntresseerd in is. De geschiedenislijnen lopen in elkaar over.

11. Persoonlijkheid maakt het verschil

Vandevelde stelt dat biografische gegevens een rol spelen in de artistieke persoonlijkheid. Je bent met heel je Zijn als kunstenaar geëngageerd tot je werk. Er is geen afstand, geen objectiviteit meer. Er is een persoonlijke invloed in de uitvoering van je werk.
Doorheen je artistiek oeuvre neem je je biografie mee. Een kunstwerk wordt een lijfelijk stuk van jezelf als kunstenaar. "Een kunstwerk ontstaat uit noodzaak".

Vroeger kwam de opdracht tot een kunstwerk van hogerhand, van de Kerk. Doch de persoonlijke toets van de kunstenaar was altijd onmiskenbaar. Sinds de vraag naar kunst vanuit de Kerk weggevallen is verkeerde de kunst in een crisis. Er was vraag naar meer arbeid, maar niet naar meer kunst. Waarom nog kunst produceren? Er zit niemand op te wachten. De kunstenaar trok de vraag naar kunst naar zichzelf toe en blijft kunstwerken maken. Ook al zit er niemand op de kunstenaar te wachten, toch blijft hij artistiek bezig. Hij zorgt er zelf voor dat hij zijn werken kan slijten.
De persoonlijke toets werd dus nog belangrijker. Het is de persoonlijkheid van de kunstenaar die het verschil maakt. Dit wordt duidelijk in volgende vergelijking:
Als we een Picasso vergelijken met een werk van Juan Gris uit dezelfde periode zien we direct het verschil. Het werk van Picasso pik je er zo uit of omgekeerd het werk van Gris herken je zo.

Mijn biografie is vast en zeker bepalend voor mijn werk. Mijn werk dit jaar kun je dan ook onderverdelen in 3 grote periodes:
In de eerste periode werkte ik met projectie. Handelingen en houdingen waarin ik mezelf geprojecteerd zag schilderde ik. Ik nam fotomateriaal uit de krant, tijdschrift,.... van mensen waar ik mezelf herkende.
De tweede periode was de periode dat ik stopte met projecteren op anderen, maar mezelf gebruikte. Ik projecteerde mijn gevoelens, herinneringen, opvattingen niet langer op iemand die buiten mijn persoonlijk domein stond. Ik maakte nu gebruik van mijn eigen collectie foto- en diamateriaal waar ikzelf opstond. Mijn persoonlijke geschiedenis werd mijn onderwerp.
De derde periode is gekenmerkd door een logo. Mijn persoonlijk logo is een lieveheersbeestje. Dat dier staat voor het positieve en het negatieve inéén. Een lieveheersbeestje is dan ook opgebouwd uit 2 kleuren: het kleur van het schild en het kleur van de bollen erop. Dat deed mij denken aan ying-yang, leven-dood, negatief-positief. Dat is op verscheidene manieren op mij van toepassing. Ik zie altijd het positieve in een negatieve situatie, maar ook het mogelijk negatieve in een positieve situatie. Ik zie ook mijn leven in 2 delen: het vroeger deel en het huidig deel die gezondheid, geluk, evenwicht centraal stelt in haar leven.
Mijn persoonlijkheid bepaald ook de opbouw van mijn werken. Ik haal mezelf vaak, spreekwoordelijk, uiteen; analyseer me kapot en zet me dan terug in elkaar. Ik werk dan ook in serie: kan ik veel uiteenhalen, bedenken en in elkaar zetten. Mijn werken zijn ook ofwel kleurrijk (positieve kant belichten) ofwel doods van kleur (de negatieve kant letterlijk in de verf zetten). Ik denk dat de keuze van het kleurenpalet afhangt van externe factoren die het interne beïnvloeden. Bevindt ik mij in een goeie sfeer dan worden de werken kleurrijk, is mijn omgeving onaangenaam dan schilder ik in bruinen en grijstinten. Dat ik volgens mij universeel onder de kunstenaars. Hier haal ik het voorbeeld aan van Rothko die voor zijn zelfmoord enkel nog met zwarten en heel donkere kleuren werkte.
12. opvattingen sturen de kunst

Dat je gevoelwereld je kleurenpalet bepaalt kan verder open trekken naar waar je in gelooft en waar je voor staat stuurt ook bepalend is voor je manier van omgaan met de kunst.
Vincent Geyskens haalde op zijn lezing een schilderij van hem aan, die een pornografisch plaatje toont. Waar de fotografische versies van dergelijke beelden dienen om te verleiden, dreef Geyskens het schilderkundige zodanig door dat je afgeleidt werd van het pornografische naar het schilderkundige. Van een voyeuristische blik schakelde de toeschouwer over naar een aftastende blik.
Een goed argument waarom we nog schilderen: dit kan een foto niet bereiken. Een foto zal blijven op het verleidelijke niveau en niet verder komen dan het verleiden zelf. Bij een schilderij zul je verder komen en gaan kijken naar de schilderkundige kwaliteiten van de maker. Bij een foto zal een kunstzinnige toeschouwer er niet veel meer aan kunnen toevoegen denk ik. De toeschouwer kan de lichtinval bespreken, maar of dat nog belangrijk is bij het zien van pornografisch fotomateriaal? Ik betwijfel het.

Bij "If I can't Dance ...." toonde men hoe het feministisch gedachtengoed de kunstenaars sturen in hun creatieproces. De tentoonstelling in het Muhka ging niet over feministische kunst maar over kunst gemaakt door feministisch-geïnspireerde kunstenaars.
Een opvallende kunstenares is Jutta Koether (°1958 Cologne). Zij herschrijft, geheel in lijn met Benjamin's opvatting dat het de overwinaars zijn die de geschiedenis schrijven, de kunstgeschiedenis. Werken als 'L'Orgini du monde' van Gustave Courbet herwerkt zij tot het een geheel eigen interpretatie uit 2006. Haar sterk gelijkende versie is opgebouwd uit fel roden en oranjen.

Ook werken van Rubens kwamen niet onder haar eigen interpretatie uit. Een werk over Venus en Adonis werd herwerkt tot een voorstelling van Venus die op jacht gaat terwijl Adonis het huishouden doet.

13. Nawoord

Ik kan dit niet anders dan toejuichen. Waarom schilderen wij nog? Een antwoord zou kunnen zijn om de geschiedenis te herschrijven! Om onze eigen versie van de geschiedenis bij de vele andere versies te voegen.
Om belangrijke sleutelwerken in de kunstgeschiedenis te herwerken. Een beroemd en vereerd schilderij van Picasso, Rubens, Courbet, Monet,... herwerken tot je eigen interpretatie in verf. Waarom je eigen versie van de eerdere schilderijen schilderen? Omdat een nieuwe geschilderd versie de oude kan vervangen in de je eigen persoonlijke interpretatie van de (kunst)geschiedenis. In je eigen museum van de kunstgeschiedenis kun je de belangrijke werken vervangen door je eigen versie. Egostrelend, niet?
Maar de geschiedenis moeten we niet amputeren. Het is leerlijk en biedt ruimte tot nieuwe mogelijkheden. Een werk kun je wel vervangen door je eigen werk, maar je kunt het even goed ernaast hangen. Het originele werk hoeft niet vernietigd of vergeten te worden, het nieuwe moet erbij komen. De geschiedenis biedt ons iets om tegenin te gaan of onze opvatting te ondersteunen. Schilderen heeft een toekomst, er zal altijd geschilderd worden. Maar af en toe zal een ander medium de bovenhand krijgen, maar niet voor lang. Schilderen is al zo oud dat ieder student ermee te maken krijgt. Scholieren leren beeldhouwwerken en schilderijen. Nieuwe media is nog lang niet opgenomen in het lessenpakket. En wat je leert draagt bij tot je persoonlijkheidsvorming. Als men schilderkunst leert, blijft het leven

Contact Details

ATELIER: Boulevard de Wielingen 64 - 4506 JL  Cadzand bad | email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

POSTADRES: Prinsenstraat 38 - 4506 AH  Cadzand dorp | tel: 06 46454548 | email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.